|
|
|
Golf Woordenboek: Golftermen, Begrippen en Definities
Hieronder een lijst van de meest voorkomende Golftermen, begrippen en definities. Wij proberen dit Golfwoordenboek zo compleet mogelijk te maken. Als u dus nog termen uit de wereld van Golf kent die nog niet in deze lijst staan dan nodigen we u uit om Golftermen toe te voegen aan het woordenboek.
Er zijn 77 Golftermen in dit Golf Woordenboek:
Ace
De ultieme slag in het golfspel, een hole dat in 1 keer wordt gemaakt.
Albatros
Drie onder Par
American Ball
In Amerika werd lang met een iets grotere bal gespeeld. 1,68 inch in plaats van de 1,62 inch van de Engelse bal.
Bag Rat
Golf-dialect voor Caddie.
Better-ball
Spel, waarbij twee spelers als een team spelen en telkens de beste score van een van beiden wordt geteld. ook four-ball genoemd.
Bewogen Bal
Engels: Ball Deemed to Move. Een bal wordt als bewogen beschouwd wanneer hij zijn ligplaats verlaat en op een andere plaats komt te liggen.
Bird Nest
Wanneer je bal in dikke rough terecht komt en als een ei in het hoge gras ligt.
Birdie
Het spelen van een hole in één slag minder dan par.
Bogey
Een hole gemaakt in 1 slag boven par. Een double-bogey is een hole gemaakt in twee slagen boven par, enz.
Bunker
Ook wel een zandkuil. Dit is een hindernis op de golfbaan. De hindernissen vormen de grenzen van een weg die de speler moet volgen.
Caddie
Degene die de golfclubs van de speler draagt.
Chip
Een chip is een golfslag (meestal over kortere afstand) waarbij de rol veel verder is dan de vlucht (carry).
Chop
Neerslaan op de bal met weinig tot vrijwel geen swing.
Club
Vereniging. Een club is een Golfvereniging, die als lid is aangesloten bij de NGF en een goedgekeurde Regelcommissie heeft.
Cross-Bunker
Een bunker die dwars over de fairway ligt.
Cut
"De first cut". Het kortst gemaaide stuk gras naast de fairway of rond de green.
Dance Floor
Wanneer de bal op de green ligt
Deuce
Een Amerikaanse uitdrukking: een hole doen in twee slagen.
Ditch
Een greppel. Of er water instaat of niet, volgens de Regels is het een hindernis.
Downhill lie
Je staat op een helling en de bal ligt lager dan je voeten.
Draw
De spin die aan de bal wordt gegeven, zodat hij zich verplaatst van rechts naar links.
Face (clubface)
De (club)face is het deel van de golfclub dat de bal raakt.
Fade
De spin die aan de bal wordt gegeven zodat hij zich geleidelijk verplaatst van links naar rechts.
Fairway
Het gemaaide gedeelte van de golfbaan tussen de tee en de green.
Foursome
Golfspel met teams van telkens twee spelers. In plaats van met hun eigen bal te spelen, zoals bij better-ball, spelen de partners om beurten met dezelfde bal en naar verschillende holes.
Free Drop
Onder bepaalde voorwaarden mag een speler de bal droppen (over de schouder laten vallen) zonder strafslag. Als u twijvelt, raadpleeg dan de spelregels.
Free-Golf
Door de speciaal ontwikkelde golfbal die ruwweg de helft van de afstand aflegt is het mogelijk op een kwart van de gebruikelijke oppervlakte van 60 ha een volwaardige 18-holes Free Golfbaan aan te leggen. Dus ruimte- en tijdbesparend.
Green
Elk putting-oppervlak van het terrein.
Greenfree
Met een GreenFree-voucher ontvangt u één gratis greenfee per flight op meer dan 35 golfbanen in Nederland, Duitsland en België. Kijk voor meer info op GreenFree.com
Grip (greep)
De plaatsing van de handen op de stok; ook het bovenste gedeelte van de stok waar de handen worden geplaatst, gewoonlijk uitgevoerd in rubber of leder.
GUR
Green Under Repair
GVB
Golfvaardigheidsbewijs. Een golfdiploma dat voorafgaat aan het halen van een officiële handicap. Het GVB-examen bestaat uit een theorie- en een praktijkgedeelte.
Handicap
Cijfer dat aan elke speler wordt toegekend en dat het gemiddelde verschil aangeeft tussen zijn score en de par van de golfbaan.
Hanging Lie
Een bal die op een hellend vlak ligt.
Hardpan
Wanneer je bal op zodanig harde grond ligt dat je met een houweel nog geen divot kunt maken, dan lig je op 'hardpan'. Een schot vanaf hardpan benodigt veel precisie want de club zal van de grond af stuiten als je voor de bal de grond al raakt.
Hazard (hindernis)
Een bunker, greppel, stroom of vijver.
Hole
Het doelwit op de green waar de golfbal tenslotte in gespeeld moet worden. De hole heeft een doorsnede van 4,5 inch (11,25 cm.) Ook wel de benaming voor de hele afstand tussen de tee en de green.
Hole in one
De golfbal wordt in een keer vanaf de afslagplaats in de hole geslagen.
Holing-Out (een hole maken)
De bal in de hole slaan.
Hook
Een slag die in de vlucht sterk afwijkt van rechts naar links.
Hosel
De plaats waar de steel van de club in de kop is bevestigd.
Kort Spel
Dat deel van het spel wat vlakbij de Green wordt gespeeld. Daarmee wordt elk schot bedoeld om de bal te holen of zo dichtbij mogelijk te krijgen (bunkerschoten, putten, chippen, pitchen en alle variaties daarop).
Ladies Tee
De tee die voor vrouwelijke golfspelers wordt gebruikt, meestal een heel stuk dichter bij die van de mannen.
Lateral Water Hazard
Een greppel of stroom die, gezien vanaf de fairway, evenwijdig aan een hole loopt i.p.v. dwars erop.
Lie
De hoek die de shaft maakt met het clubblad, van groot belang voor de nauwkeurigheid van de slagen. Hoe meer we naar de wedges gaan, hoe belangrijker.
Loft
De Hellingshoek van het Clubblad t.o.v. het verticale vlak. IJzer 3 heeft ca. 20 graden, pitching wedge heeft ca. 48 graden.
Lost Ball
De spelers mogen vijf minuten naar een zoekgeraakte bal zoeken; is die tijd verstreken, dan moeten ze de bal als verloren beschouwen en volgens de spelregels met een andere bal spelen.
Match-Play
Als met twee gespeeld wordt, is de winnaar degene die meer holes voorstaat dan er nog te spelen zijn.
Medal-Play
Spel, waarbij de speler het totaal aantal slagen telt tijdens de wedstrijd. Ook Stroke-Play genoemd.
Obstructions
Voorwerpen, beweegbaar of niet, die het uitvoeren van een slag beletten.
Outside Agency
Ieder persoon of dier die/ dat geen deel uitmaakt van het spel en het spelen van de bal belemmert.
Par (Baan)
Het aantal slagen wat een scratch speler nodig heeft voor de standaard score van een gehele golfbaan, gebaseerd op twee putts. "De par van de baan". Vaak uitgelegd als afkorting van "professional average result".
Par (Hole)
Het aantal slagen wat een scratch speler nodig heeft voor de standaard score van een hole, gebaseerd op twee putts. "De par van de hole". Vaak uitgelegd als afkorting van "professional average result".
Penalty
Wanneer een slag buiten de grenzen van het terrein belandt of op een plaats vanwaar de bal onbespeelbaar is, of wanneer hij zoek raakt, loopt de speler volgens de regels van het spel een penalty op. Penalties zijn ook voorzien bij overtreding van de spelregels.
Pitch
Korte hoge slag, gespeeld met een club met veel loft. Zie ook 'chip'.
Push
Een slag die direct naar links vliegt zonder slice spin; een bal direct naar rechts slaan zonder slice spin.
Putt
De slag op de green en waarvoor men een putter gebruikt.
Round (wedstrijd)
Het afwerken van alle - meestal 18 - holes op de golfbaan.
Short Game
'Het korte spel'; Dat deel van het spel wat vlakbij de green wordt gespeeld. Bunkerschoten, Putten, Chippen, Pitchen en alle variaties daarop.
Slice
Een slag die bij zijn vlucht sterk afwijkt van links naar rechts.
Snipe
Een gehookte bal die snel op de grond komt.
Stance
Het innemen van de Stance door een speler bestaat uit het plaatsen van de voeten in een stand voor en ter voorbereiding van een slag.
Stroke (slag)
Het slaan van de bal.
Stroke-Play
Zie Medal-Play.
Supination
Doordat de polsen om elkaar draaien in de backswing wordt de palm van de rechterhand naar boven gedraaid: supinatie. Het omgekeerde is pronatie.
Target Line
Een denkbeeldige rechte lijn getrokken vanachter de bal, door de bal en naar het doel.
Tee
De tee is het Engelse woord voor de afslagplaats.
Tee-Markers
Metalen of plastic voorwerpen die worden gebruikt om de voorste grenzen van de tee aan te duiden.
Tie
Een gelijke score aan het einde van een wedstrijd, 'they tied'.
Tight Game
Een wedstrijd die pijna in par wordt gespeeld.
Trap
Zie Bunker.
Waarnemer
Engels: observer. Iemand die door de Commissie is aangesteld om een referee bij te staan bij het nemen van beslissingen in kwesties van feitelijke aard en om hem elke overtreding van een Regel te melden.
Wedge
Een stok (ijzer, club, iron) met veel loft (48 graden of meer), gebruikt voor korte slagen.
Whipping
Het garen, het touw waarmee het clubhoofd aan de shaft gebonden (gewikkeld) is.
Wrist Shot
Een Swing waarbij verreweg de meeste kracht en snelheid wordt gehaald uit de polsactie (vrijwel geen bovenlichaam rotatie)
Yardage Rating
De moeilijkheid(sgraad) van een hole welke alleen gebaseerd is op de lengte van die hole.
Zoomie
Een drive welke verder gaat dan de speler ooit heeft geslagen.
Doe mee: Voeg een Golf Term toe!
Indien u Golf woorden, termen of begrippen kent die nog niet in ons Golf woordenboek staan dan nodigen we u uit om deze nu voor te dragen. Hiervoor moet u wel lid worden.
|
|
|