|
|
|
Putten - Technieken
Deel uw Mening
Doorsturen
Printen
Putten is de laatste stap bij het spelen van een Hole, en kan het verschil uitmaken tussen een perfecte ronde of een slechte ronde golf. Om de golfbal in zo min mogelijk aantal slagen in de Hole te krijgen, hangt vaak af van je Putting technieken. Het putten is een moeilijke techniek die veel oefening vergt voordat je het goed kan beheersen. Naast de technieken van de Golf Puttingswing moet je ook beheersen het Lezen van de Green. Goed Lezen van de green helpt je te bepalen hoe hard je moet slaan. Bij het lezen moet je denken aan de helling van de green, de lengte van het gras, de richting van de grassprieten en de windsnelheid en richting.
Onthoud dat de speler die het verst van de hole af ligt, de honeurs krijgt om als eerste te putten. Als iemand voor jou gaat putten, dan markeer je de plaats en pak je de bal op. Als je marker in de weg ligt voor iemand die gaat putten, vraag dan of je hem moet verplaatsen. Zo ja, verplaats de marker dan over een afstand van een clubhoofd. Zorg er wel voor dat je hem van de hole af plaatst, en niet er dichter naar toe. Nadat de ander heeft geslagen, plaats je de marker terug naar de oude positie. Vergeten van dit terugleggen betekent Twee Strafslagen. Als het jou beurt is om te putten, plaats dan je bal terug door hem iets voor de marker neer te leggen en schuif vervolgens je marker onder de bal vandaan en pak hem op.
Om goed te kunnen putten, moet je lichaam stil en ontspannen zijn, gebruik een Pendulum-Achtige Swing waarbij je alleen je armen en schouders gebruikt. Volg de volgende stappen om op de juiste manier te putten – als oefening of op de green:
- Putting
Grip.
Pak je club vast door een aangepaste overlapping grip of een cross handed grip, welke voor jou het meest comfortable aanvoelt. Mocht je pols buigen als je de bal raakt, dan is de cross-handed grip is beste voor jou.
- Set-up met je bal in lijn met het midden van je lichaam. Zorg dat je naar beneden direct op de bal kijkt, plaats het linkeroog boven de bal.
- Je mag zowel iets gebogend als rechtop staan tijdens het putten, wat voor jou het fijnst aanvoelt, maar zorg dat je je armen vrij kunt bewegen.
- Een Long-Shafted putter is een goede keuze als je maar moeilijk je handen en polsen stabile kunt houden tijdens de putting-slag.
- Je moet ook in staat zijn om de green te kunnen lezen om te bepalen met welke snelheid, kracht en richting je moet slaan.
- Het diepste punt van de zwaaicircel van het clubblad bevindt zich onder de linkeroksel. Het is voor een constante rol van de bal belangrijk om de bal op het diepste punt te raken.
- Denk aan een Pendulum van een antieke klok en beweeg je putter ongeveer 25 centimeter vanaf de bal.
- Sla de bal. Des te beter je de club recht van de bal naar achteren beweegt en vervolgens in een rechte lijn naar voren te slaan, des te meer kans je hebt dat de bal daarheen gaat waar je op richt.
- De voorzwaai moet vervolgens net zo gaan als je achterzwaai. Als je 25 centimeter van de bal af begon, dan moet je voorzwaai ook 25 centimeter zijn.
- Voor een constante rol van de bal moet je de bal 1/3 van de linkervoet en 2/3 van de rechtervoet neer leggen.
- Met verder alles gelijk, zal de golfbal bergafwaarts langer doorrollen en bergopwaarts eerder stoppen.
- Belangrijk bij putten is je controle over de afstand. Probeer door middel van oefening met verschillende zwaailengtes. Op deze manier leer je hoe ver de bal zal gaan rollen bij een slag met een bepaalde lengte.
- Bij het Putten is het soms verstandig om zo te mikken dat de bal goed komt te liggen in plaats van proberen de bal direct in de hole te krijgen.
- Zoals altijd baart oefening kunst, dus combineer je tijd op de Driving Range met voldoende tijd op de oefen-green.
|
|
|